De aanzegplicht houdt in dat de werkgever de werknemer uiterlijk een maand voordat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt, schriftelijk informeert of deze wordt voortgezet en zo ja, onder welke voorwaarden.

Uitzonderingen op de aanzegplicht

De aanzegplicht is alleen van toepassing op arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd waarbij het einde op een kalenderdatum is gesteld. Zo is de aanzegplicht niet van toepassing op arbeidsovereenkomsten die aangegaan zijn voor de duur van een project, waarbij de arbeidsovereenkomst niet eindigt op een bepaalde kalenderdatum. Daarnaast geldt de aanzegplicht niet voor arbeidsovereenkomsten met een duur korter dan zes maanden en voor uitzendovereenkomsten met een uitzendbeding.

Aanzegplichtboete

Mocht de werkgever niet hebben voldaan aan de aanzegplicht, dan is de werkgever de werknemer een aanzegvergoeding van ten hoogste een maandsalaris verschuldigd.

Maar wat als in de arbeidsovereenkomst is opgenomen dat bij het eindigen hiervan niet automatisch voortgezet zal worden? Heeft de werkgever hiermee aan de aanzegplicht voldaan? Dat is niet het geval. Dit blijkt ook uit een uitspraak van de kantonrechter te Limburg d.d. 23-10-2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:10269.

Casus

In deze zaak is de werkgever met de werknemer een arbeidsovereenkomst aangegaan voor de duur van een jaar, met ingangsdatum 1 juni 2016 en einddatum 31 mei 2017. In de arbeidsovereenkomst is het volgende opgenomen:

“Werkgever bevestigt in het kader van artikel 7:668 lid 1 sub a en b BW dat de arbeidsovereenkomst bij het eindigen hiervan niet automatisch voortgezet zal worden. Werkgever voldoet hiermee aan de aanzegplicht. Werknemer heeft na de einddatum van deze arbeidsovereenkomst dan ook geen recht meer op loondoorbetaling of een vergoeding.”

De werknemer heeft de werkgever op 5 mei 2017 per e-mail gevraagd wat de stand van zaken is over de arbeidsovereenkomst. Werkgever heeft hier nooit op gereageerd. Enkele dagen later, op 10 mei 2017, geeft de werkgever mondeling aan de werknemer aan dat de arbeidsovereenkomst zal worden omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Op 24 mei 2017 ondertekenen partijen een nieuwe arbeidsovereenkomst.

Een maand later neemt werknemer ontslag en doet een beroep op de aanzegvergoeding. Volgens de werknemer zou de werkgever niet hebben voldaan aan de aanzegplicht. Werkgever spreekt dit tegen. In de arbeidsovereenkomst is opgenomen dat bij het eindigen hiervan niet automatisch voortgezet zal worden. Volgens de werkgever zou hij hiermee aan de aanzegplicht hebben voldaan.

De overweging

De rechter oordeelt dat met het ondertekenen van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd partijen hebben aanvaard dat deze op 31 mei 2017 zal eindigen. De aanzegbepaling die in de arbeidsovereenkomst is opgenomen is een herroepbaar aanbod. Zo zou werkgever uiterlijk een maand voordat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt, de aangezegde beëindiging van de arbeidsovereenkomst schriftelijk kunnen herroepen. Aan de mondelinge aanzegging van de werkgever van 10 mei 2017 komt geen betekenis toe, omdat de aanzegging schriftelijk moet gebeuren.

Conclusie

De kantonrechter is dan ook van oordeel dat werkgever niet heeft voldaan aan de aanzegplicht. De werkgever had werknemer schriftelijk voor 1 mei 2017 moeten informeren over de voortzetting van de arbeidsovereenkomst. Nu niet is voldaan aan de aanzegplicht, is de werkgever aan werknemer een aanzegvergoeding verschuldigd van ten hoogste een maandsalaris.

Advies

Werkgever, informeer werknemer schriftelijk een maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst die aangegaan is voor de duur van langer dan 6 maanden, of deze zal worden voorgezet, en zo ja, onder welke voorwaarden. Zo voorkomt u dat de werknemer met succes een beroep doet op de aanzegvergoeding.

Heeft u vragen over de aanzegplicht? Neemt u dan contact op met Arbeidsrecht Amsterdam op via 020-3584207 of vul het contactformulier in.

Wilt u ook advies of een gratis intakegesprek?

Neem contact op en plan direct een gratis gesprek in

Neem contact op